MRSA is een bacterie. In de volksmond wordt MRSA ook wel ziekenhuisbacterie genoemd, omdat de bacterie daar veelal opgelopen wordt. ( bron: http://www.mrsa-net.nl)

MRSA is de afkorting van Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Deze bacterie is een variant van de bacterie Staphylococcus aureus. Gemiddeld 30% van de bevolking draagt deze bacterie regelmatig in de neus en op de huid. Dit geeft geen enkel verschijnsel. Gezonde mensen worden van deze bacterie ook niet ziek. Echter, bij mensen met een sterk verminderde weerstand kan de bacterie infecties veroorzaken, wat kan leiden tot een zweer maar ook tot bloedvergiftiging of longontsteking. Dat laatste komt gelukkig niet vaak voor.

Voor het 'doden' van bacteriën worden meestal antibiotica gebruikt.
Sommige Staphylococcus aureus zijn echter ongevoelig of immuun voor het antibioticum methicilline en ook de meeste andere antibiotica. Dit betekent dat het antibioticum methicilline de staphylococcus aureus niet kan 'doden', omdat de bacterie door de aanwezigheid van een bepaald gen niet gevoelig is voor het antibioticum. Met andere woorden: de bacterie is resistent tegen methicilline.
Vandaar de afkorting MRSA: Methicilline Resistente Staphyloccocus aureus.


De normale kringloop voor het bestek is via de keuken rechtstreeks naar de patient en na gebruik terug naar de afwasafdeling van de keuken.
In een heel aantal gevallen is er echter een tussentijds tekort aan bestek op een afdeling.
De patient wil nog een stukje fruit eten of een yoghurtje.
Om hierop te anticiperen hebben de verpleegkundigen een kleine extra voorraad van bestek.Deze ligt in een voorraadkast op de verpleegpost. Telkens wanneer een patient een mes of koffielepel nodig heeft, wordt vanuit de ‘ijzeren’ voorraad snel ingegrepen.

Een bacterie bestaat uit één cel, bestaande uit de celenveloppe, dit is de "verpakking", en de celinhoud. De bacteriecel is prokaryoot. Dit wil zeggen dat het dubbelstrengige DNA niet in een aparte celkern ligt, maar los. Ook zijn er geen celorganellen met aparte functies zoals mitochondrien (celademhaling). Ze hebben zeer kleine afmetingen (1 μm = 10 -6 m). Ze konden pas goed bestudeerd worden na de ontdekking van de microscoop (17e eeuw). Er kunnen 1 miljoen bacteriën in een speldenkop (1mm²). Ze komen voor in verschillende kolonies (pakjes of ketens van bacteriën).

Een bacterie wordt vaak verward met een virus. Maar ze zijn totaal anders.

Virussen werden oorspronkelijk onderscheiden van andere ziekteverwekkers door hun geringe afmetingen en omdat ze obligate intracellulaire parasieten zijn. Dit wil zeggen: zij hebben beslist levende cellen nodig om zich te vermeerderen. Echter beide genoemde eigenschappen komen ook voor bij bepaalde kleine bacteriën. Het werkelijke verschil (met een bacterie) betreft hun bouw en wijze van vermeerdering.

Bacteriën zijn cellulaire micro-organismen. Ze bestaan uit een cel en hebben een celwand. Virussen bestaan alleen uit genetisch materiaal met een eiwitjasje eromheen.

Een virus bestaat uit één enkele soort nucleïnezuur, of DNA of RNA, wat als erfelijk materiaal fungeert. Het nucleïnezuur van een virus kan enkelstrengs of dubbelstrengs zijn. Het nucleïnezuur van een virus wordt omgeven door een eiwitmantel : het capside. Dit capside beschermt het virus tegen nucleases (enzymes die het DNA of RNA afbreken) en bevordert de aanhechting van het virus aan gevoelige gastheercellen. Dit capside wordt soms omgeven door een enveloppe van lipiden, eiwitten en koolhydraten.

Virussen hebben geen celstructuren. Ze hebben dus ook geen ribosomen en weinig of geen enzymen voor hun eigen stofwisseling. Zo missen ze de enzymen voor de eiwitsynthese en ATP-productie. Ze leven als parasieten van andere levende wezens. Ze vermeerderen zich binnen een levende cel door de synthesestructuren van deze cel te gebruiken en om zich van de ene naar de andere cel te begeven.

Bacteriën reproduceren zich door vermenigvuldiging van hun DNA en splitsing van de cel in 2 gelijke delen.

Bacteriën zijn eencellige organismen. Hun bouw is gedeeltelijk dezelfde als die van een cel op zich.

-Flagel: Dit lichaamsdeel van de bacterie zorgt voor de voortbeweging, het is te vergelijken met een staart bij vissen.
-Capside = capsule . Dit is een eiwitlaag rond de bacterie waarin de DNA en RNA zitten. Soms is dit nog eens omgeven door lipiden, eiwitten en koolhydraten.
-Celmembraan: Dit is de tweede onderste huid van de bacterie. Net zoals bij ons de onderhuid.
-Cytoplasme: Dit is een vloeibare massa die zich binnenin de cel bevindt, hierin gebeurt de hele celactiviteit.
-Nucleolen of kerndeeltjes: Deze zijn
verantwoordelijk voor het lezen van de genetische code.

Er zijn hierin verschillende soorten (onderverdeeld in uitzicht):


De coccen: zijn bolvormig en kunnen
onderverdeeld worden in drie soorten.
De diplococcen zijn de verwekkers van
longontsteking.
De streptococcen kunnen de Angina (of keelontsteking) en sinusitis verwekken.
Een andere soort streptococcen is net
nuttig, dit zijn vlekzuurbacterien. Zij zijn onder andere aanwezig in melk.
En de staphylococcen verwekken lokale verzweringen in de huid (puistjes of acne).
Een voorbeeld van zo'n staphylococ is de ziekenhuisbacterie.


De bacillen: zijn staafvormig. Enkele voorbeelden hiervan zijn de verwekkers van kroep, tetanus en klem. Zij zijn ook de oorzaak van pest, tyfus en TBC, salmonella, maar de ergste is de verwekker van Anthrax of miltvuur,
die de dood tot gevolg heeft. De
grondbacteriën, die stikstofgas uit de lucht kunnen opnemen en verwerken, behoren eveneens tot deze groep. Ook de nuttige bacteriën in de darmen zijn bacillen.


De spirylen: zijn spiraalvormig. Dit zijn onder andere enkele bacteriën in tandbeslag.

De vibriolen: zijn krom gevormd en een voorbeeld is de choleraverwekker.

 

 

 

In een aantal gevallen is er een speciale bestelprocedure om tussentijdse bevoorrading van de afdeling te stroomlijnen.
Deze voorraad ligt niet altijd even goed afgesloten opgeborgen en de hygiëne wordt niet steeds 100% gewaarborgd. Ook is het mogelijk dat bepaalde items gedurende maanden blijven rondslingeren.
Voor deze uitzonderingen op de normale
bevoorradingskanalen vormen
de Hygisets natuurlijk de beste oplossing.
De bestekken zijn immers netjes verpakt
en kunnen vanaf nu ordelijk op
de afdeling bewaard worden. Men
kan veel eenvoudiger de aanwezige
voorraad beheren.
Bovendien worden de bestekken ook niet langer door de handen van de verpleeg-kundigen aangeraakt.

 

Onnodig te vermelden dat bij het zoeken naar bepaalde bestekdelen (een mes, een vork, een lepeltje ...) de aanwezige hoop bestek zeer fel omgeroerd wordt. Dit is een grote bron van contaminatie.
Door de invoering van de Hygiset elimineert de directie het risico op contaminatie via het personeel volledig

 

Comments